| Zeilvliegvereniging Jan van Gent - Nieuwvliet |
|
2010-09-05 03:33:55 PM
|
|||
|
|||
| News: |
| Home | Forum | Help | Search | Calendar | Login | Register | Chat |
Welkom bij zeilvliegvereniging Jan van Gent. Euhh... wat zei u: zeilvliegvereniging? Juist... Het heeft mij ook enige jaren gekost om aan de naam te wennen, laat staan om hem te begrijpen ;). Als het voor u overduidelijk is, kan je gerust de hierop volgende inleiding overslaan, maar weet dan dat onze vereniging naast zeilvliegers ook schermvliegers huist... of nog anders gezegd: Jan van Gent is een club voor beoefening van niet gemotoriseerde luchtvaart, met uitzondering van zweefvliegen en ballonvaren.
De gangbare niet-gemotoriseerde luchtvaart omvat volgende vier disciplines (er zijn er ongetwijfeld meer, maar een mens moet ergens stoppen...):
Ballonvaren en zweefvliegen genieten ongetwijfeld de meeste bekendheid bij het grote publiek. Deze worden echter niet beoefend binnen het kader van onze vereniging en dus laat ik ze verder onbesproken.
Zeilvliegen is in ruimere kring beter bekend als deltavliegen of hanggliding (Engels). De piloot hangt onder een starre vleugel opgebouwd op basis van een metalen frame en zeildoek. Daar waar de zeilvliegers in de beginjaren ('70 en '80 vorige eeuw) inderdaad driehoekig van vorm waren (jazeker, vandaar de naam deltavliegen), beginnen de moderne toestellen meer en meer op vliegtuigvleugels te lijken. De opkomst van de "rigids" (zie ook Canvas sfeerfilmpje) is hiervan een mooi voorbeeld.

Een parapente of schermvlieger
Een ander verhaal krijgen we bij het schermvliegen, ook beter bekent als parapente (Frans) of paragliding (Engels). Hierbij hangt de piloot aan een aantal lijntjes onder een scherm dat voor de rest geen harde elementen bevat. Een parapente wordt nogal eens (verkeerdelijk) als parachute benoemd, en het doen ervan als "springen". Er is nogthans een fundamenteel verschil tussen beide: met een parapente vliegt men, met een parachute valt men. En met een parachute springt men (uit een vliegtuig of van een obstakel) om te starten, met een parapente loopt men bij het starten.
Dit gezegd zijnde komen we op een heikel punt: de verhouding tussen zeilvliegers en schermvliegers. Je kan zeggen dat beiden zich tot elkaar verhouden zoals skiërs en snowboarders: ze delen min of meer dezelfde habitat, maar over het algemeen niet van harte. Gelukkig slagen we er bij Jan van Gent in om de verschillen die er er tussen beide disciplines zijn terug te voeren tot hun ware proporties en leven we in meer dan behoorlijke harmonie tesamen. Het feit dat we één van de weinige verenigingen is waar dit kan geeft echter aan dat dit toch niet evident is...
Zowel parapente (schermvliegen) als delta (zeilvliegen) behoren tot de vrije vlucht, wat er op neer komt dat ze niet over een motor beschikken om vooruit te komen of te stijgen. Er bestaan van delta en van parapente ook gemotoriseerde varianten. Alhoewel sommige van onze leden die ook beoefenen gebeurt dat niet in het kader van de activiteiten van Jan van Gent.
Goed, we hebben dus geen motor en toch gaan we vliegen... Er zijn omstandigheden waarin dit perfect mogelijk is: vertrekken vanop een berg (bergvliegen) of gebruik maken van te zweven op de wind die tegen een obstakel waait en omhoog wordt geduwd (soaren). Doch, onze streken zijn niet dik bezaaid met bergen en soaring obstakels. We moeten al richting Ardennen om - in de juiste omstandigheden - direct na de start thermiek te vinden en een behoorlijke vlucht te maken. En voor het soaren zitten we in hetzelfde schuitje: we moeten er al een eindje voor rijden (Zoutelande, Opaalkust...), en ook dat heeft alleen maar zin als de omstandigheden goed zijn.
Gelukkig is er nog het lieren! Dit is een techniek die ook bij zweefvliegen wordt toegepast: via een lange kabel wordt de delta of parapente opgetrokken. We gebruiken hiervoor een lier: dit is een toestel met een trommel waarop een lange kabel ligt die kan worden afgerold en door middel van een motor met kracht wordt binnen gehaald... juist, we hebben dus toch een motor nodig ;) . Het principe is eenvoudig: de piloot maakt zich vast aan de kabel en de lierman 'haalt de kabel binnen'. Daardoor stijgt de parapente en wanneer deze de maximum hoogte heeft bereikt haakt de piloot de kabel los.
Het grote voordeel van lieren is dat we iets minder afhankelijk zijn van de wind. Lieren kan ook bij heel weinig of geen wind en ook de richting speelt minder rol. Lieren heeft ook zijn mindere kanten: door onze lokatie dicht bij de kust zijn lange thermiekvluchten eerder zeldzaam, bij goed weer steekt de zeebries al snel door en die blaast de bellen stuk. De meeste vluchten duren dus maar tussen de 5 en 10 minuten, zodat we slechts zelden met meer dan twee terzelfdertijd aan het vliegen zijn. Verder is het liervliegen ook een teamsport: er is een lierman, iemand om de kabel op te halen en een startofficier die de start begeleidt. Mits een goede teamgeest en optimale samenwerking kan het tempo van starten oplopen tot 10 starts per uur.

Het terras aan het vliegterrein